Dakloos

Straatkrant, het Leger des Heils, het bankje in het park. Vies, zielig, onverzorgd. Waar denk jij aan als het woord dakloos ziet? Is het dakloos zijn een probleem dat verschillend is Nederland dan het is hier in Madagascar?

Op het schip hebben we activiteiten die we naast ons dagelijkse werk kunnen doen om onze medemensen te bemoedigen en te helpen. Deze activiteiten ‘Mercy Ministeries’ vinden bijna elke dag plaats. Vorig jaar toen ik nog in het ziekenhuis werkte als verpleegkundige, draaide ik onregelmatige diensten. Hierdoor had ik regelmatig vrije tijd door de weeks overdag. Ik heb bijna alle projecten bezocht, waarvan een aantal regelmatig. De projecten varieren van bezoeken van een bejaardenhuis tot weeshuis en van een dovenschool tot de kinderafdeling van het lokale ziekenhuis.

Een van de projecten is het ondersteunen van locale zendelingen bij het eten delen aan de daklozen. In Tamatave, de plaats waar het schip ligt, zijn honderden mensen dakloos. Recentelijk is er een grote brand geweest, in een van de zeer arme wijken van Tamatave. Daarbij zijn tientallen mensen dakloos geworden. Vlakbij het schip zijn twee grote wijken, waarvan geschat word dat er ongeveer 200 mensen van op straat leven. Een zendingsechtpaar uit Zuid-Korea heeft een project opgezet, waarbij zij elke week met vrijwilligers eten uitdelen. Elke zaterdag rondom 12 uur komen rond de 120 mensen naar het lokale voetbal stadion (niet te vergelijken met een Nederlands stadion). Er is warm eten voor iedereen. Een lunch van rijst, groeten en stukjes vlees is een hoogtepunt voor deze mensen.  Wat we doen vanuit Mercy Ships is voornamelijk het geven van aandacht en deze mensenwaardig benaderen. Deze mensen leven 24 uur per dag op de straat. Slapen, bedelen, je behoefte doen en weer slapen. Alles gebeurt op de straat en eigenwaarde hebben deze mensen vaak verloren. Veel mensen ken ik inmiddels van gezicht er zijn vaste plaatsen waar ik regelmatig een keer kom waar ik ze zie. Plaatsen zoals de supermarkt, markt, restaurantjes en bepaalde hoeken van de straat. De kinderen en volwassenen bedelen en achtervolgen je soms om te vragen voor eten of geld. Een triest bestaan als je dat de hele dag moet doen en niet weet of je vandaag genoeg eten of geld bij elkaar krijgt om je kinderen te voeden.

En daarom is het zo mooi dat wij op zaterdag ze even afleiding kunnen geven. De moeders een om arm om hun schouders doen. Met de kinderen spelen en knuffelen. Er zijn soms ook een paar mannen. Met hun is het vooral grappig om mijn Malagasy, de taal hier in Madagascar, te oefenen. Dit begint en eindigt vaak met het worden uitgelachen.

Het is mooi project, maar het is niet altijd makkelijk om alle ellende te zien. Hoe deze mensen leven op de straat is iets wat ik nooit volledig zal kunnen begrijpen. Ik probeer samen met een vertaler te luisteren naar hun verhalen, hun vragen en hun verdriet. Het is iets waar ik voor kies als ik mee ga om ze te ontmoeten op zaterdag. Ik zou ervoor kunnen kiezen om alleen maar te spelen met de kinderen en ze vast te houden, maar ik wil er ook zijn voor de anderen. Luisteren en ze op die manier aandacht geven. Het raakt me hun verhalen, maar ik weet dat ik ze kan doorgeven. In mijn gebeden denk ik aan ze en bid ik dat ze ondanks alle moeilijke omstandigheden zich geliefd mogen voelen, in iedergeval die anderhalf op zaterdag, maar hopelijk om meer momenten gedurende de week.